Hebreeuws 'vreugde van de vader'. Naam van de vrouw van Nabal, later van David (I Samuel 25); ook een zus van David droeg deze naam (I Kronieken 2,16). In Nederland kwam de naam aan het eind van de 16e en vooral in de 17e eeuw in gebruik.
De voornaam 'Abigael' is een meisjes-/vrouwennaam.