Joodse naam. Hebreeuws 'Hij (de Heer) verlicht'. Onder meer de naam van een Oudtestamentische richter (Richteren 10, 3) en van een voorvader van Mordechaï (Esther 2, 5). In het Nieuwe Testament luidt de naam Jaïrus.
De voornaam 'Jair' is een jongens-/mannennaam.