Hebreeuws 'uitbreiding, vergroting'. Vgl. Genesis 9, 27: 'God breide Jafeth uit en hij wone in de tenten van Sem...'. Naam van de derde zoon van Noach (Genesis 5, 32 en elders) misschien de tweede (Genesis 9, 24). Hij wordt als stamvader beschouwd van de volkeren van de westelijke bergstreken van Klein-Azië. De naam kwam hier in de 17e eeuw in gebruik (in Zeeland en het zuiden van Zuid-Holland).
De voornaam 'Jafet' is een jongens-/mannennaam.