Van Lat. silvestris 'van, uit het woud', 'landelijk'. Heiligennaam: paus Silvester I (314-335). Kerkelijke feestdag: 31 december (Silvesterabend is de Duitse benaming voor Oudejaarsavond). Voorts: Silvester Guzzolini, geboren in Osimo (Italiƫ) omstreeks 1177, kluizenaar, stichter van een klooster op de Monte Fano bij Ancona en van de orde der silvestrijnen. Gestorven 1267; kerkelijke feestdag: 26 november. De naam is in Zuid-Nederland sinds de 15e eeuw in gebruik, in Noord-Nederland sinds de 17e eeuw. De naam Silvester komt bijvoorbeeld voor in Overasselt, omdat de eerstgenoemde heilige daar vroeger een apart altaar had in de katholieke kerk.
De voornaam 'Silvester' is een jongens-/mannennaam.