Hebreeuws 'zich aansluitend, aanhankelijkheid'. Naam van de derde zoon van Jakob en Lea (zie de Bijbel, Genesis 29, 34), stamvader van de Levieten. Ook de apostel MattheĆ¼s heette oorspronkelijk Levi (de tollenaar). In joodse kringen was de naam traditioneel in gebruik.
De voornaam 'Levi' is een jongens-/mannennaam.